Overtuigingskracht is voor juristen geen luxe, maar een kernvaardigheid. In dossiers, vergaderingen, overleggen met cliënten en in de rechtszaal draait het voortdurend om helderheid, richting geven en vertrouwen wekken. Toch ervaren veel juridische professionals dat hun boodschap niet altijd landt. Ze worden niet gehoord, vallen weg in discussies of merken dat hun adviezen weinig effect hebben.
Dit artikel laat zien welke concrete inzichten en vaardigheden bijdragen aan overtuigingskracht in de juridische praktijk, en om hier meer inzicht in te krijgen, hebben we trainer Katharina Müllen geïnterviewd. Zij begeleidt al sinds 1996 juridische professionals in overtuigend presenteren, pleiten, omgaan met weerstand en professioneel functioneren.
In het juridische werk draait overtuigingskracht om meer dan het winnen van een discussie. Het gaat om professioneel richting geven, duidelijk maken wat de juridische kern is en zorgen dat de ander begrijpt waarom iets wel of niet mogelijk is.
Müllen benadrukt dat juristen zich vaak onvoldoende realiseren hoeveel invloed het gesproken woord heeft. Een pleidooi, toelichting of presentatie biedt veel meer ruimte voor overtuiging of voor beïnvloeding dan schriftelijke stukken:
Overtuigingskracht is daarom naast een communicatieve vaardigheid, ook een vorm van professionele verantwoordelijkheid: de jurist moet de ander helpen begrijpen wat er speelt en wat de juridische consequenties zijn.
Uit de praktijk van Müllen komen steeds dezelfde patronen terug. Juristen verliezen overtuigingskracht wanneer zij:
Binnensmonds praten, zachte articulatie of te snel tempo maakt luisteren vermoeiend. De toehoorder moet als het ware naar voren leunen om de boodschap te “halen”. Dat kost energie en vergroot de kans dat belangrijke punten gemist worden.
Veel juristen openen hun verhaal te laat, bouwen onvoldoende kernpunten in en sluiten niet af met een heldere conclusie of advies. De toehoorder blijft dan achter met de vraag: “Wat wilt u nu eigenlijk?” Een overtuigend betoog valt of staat met een logische opbouw. In de praktijk zie je dat juristen soms midden in de inhoud beginnen, zonder eerst het kader, het doel of de kernvraag te schetsen. Ook ontbreekt het regelmatig aan expliciete kernpunten: wat zijn de drie belangrijkste argumenten of overwegingen die de ander moet meenemen? Tot slot wordt het verhaal niet altijd afgesloten met een duidelijke conclusie of een concreet advies.
Het risico hiervan is dat de toehoorder moet raden wat de boodschap precies is. Zonder kapstok om de informatie aan op te hangen, blijft de vraag hangen: “Wat wilt u nu eigenlijk bereiken?” Een heldere structuur helpt niet alleen de ander, maar dwingt ook uzelf om uw gedachtegang scherp te formuleren en te sturen op het gewenste resultaat.
Dit is een veel voorkomende én risicovolle valkuil. Juristen spreken dan vanuit een persoonlijk ‘ik’, terwijl ze altijd namens een partij spreken. Identificatie:
Weerstand is zelden iets wat de ander veroorzaakt. Het ontstaat tussen twee personen, wanneer de jurist tegenreacties uitlokt of zelf in de tegenstand schiet.
Iedere jurist draagt ervaringen mee in een ‘rugzakje’. Een eerdere lastige cliënt, een onbetaalde factuur of een misgelopen zaak kan onbewust doorwerken. Een vergelijkbaar woord, toon of gedrag activeert dat oude patroon, waardoor de jurist reageert alsof de oude situatie zich herhaalt.
Helderheid begint met structuur. Volgens Müllen moeten juristen niet alleen inhoudelijk logisch denken, maar ook hoorbaar structuur bieden. Dat betekent:
Vertel direct:
Gebruik signaalwoorden en herhaal kernpunten. Dat kan verbaal én non-verbaal:
Sluit altijd af met:
Een juridisch verhaal zonder afsluiting is als een brief zonder slotzin: het laat de ander in onzekerheid over de bedoeling.
Het juridische vak vraagt om standvastigheid, helderheid en een professionele uitstraling. Stem en lichaamstaal zijn daarvoor cruciaal.
Müllen werkt in haar trainingen met spreekoefeningen om deelnemers sterker te maken in:
Cruciale informatie hoort langzaam en duidelijk te klinken. Minder relevant materiaal kan sneller.
Lichaamstaal moet het betoog ondersteunen, niet afleiden. Veelvoorkomende verbeterpunten:
Soms gebruikt Müllen tijdens haar trainingen fysieke hulpmiddelen, zoals een tijdelijk gewicht in de handen, om deelnemers te laten ervaren wat rust in beweging doet.
Iedere professional heeft ervaringen die onbewust meereizen in het werk. Een onaangename cliënt, een conflict of een mislukte onderhandeling kan zich vastzetten als een trigger. In een nieuwe situatie reageert de jurist dan emotioneel op iets dat eigenlijk bij een oude casus hoort.
Typische triggers kunnen zijn:
De kern is bewustwording: pas wanneer je herkent dat het “rugzakje” meespeelt, kun je professioneel blijven. Oefening en feedback helpen om deze patronen te doorbreken. Müllen zegt treffend: je weet dat je het hebt opgelost wanneer je er mild om kunt glimlachen.
De trainingen van Müllen zijn intensief en volledig praktijkgericht. Iedere deelnemer brengt een eigen casus in, bij voorkeur een situatie die nog niet opgelost is of die veel spanning oproept. In de oefening:
Deze aanpak werkt omdat deelnemers:
Empathie is essentieel in de juridische praktijk, sympathie is dat niet. Een jurist hoeft het niet met de ander eens te zijn om hen te begrijpen.
De balans ligt in:
Wie zich identificeert met cliënt of tegenpartij, verliest professionele ruimte en raakt verstrikt in emoties. Wie juist empathisch luistert zonder de eigen positie te verlaten, creëert rust en overtuigingskracht.
Op basis van de trainingen en het interview kun je als jurist direct beginnen met deze stappen:
Overtuigingskracht is geen aangeboren talent, maar een professionele vaardigheid die iedereen doelgericht kan ontwikkelen. Door bewust te werken aan structuur, stem, lichaamstaal, distantie en het hanteren van weerstand, wordt het juridische werk effectiever en lichter.
Wil jij dit jaar ook overtuigender worden in je optreden? Volg dan een training van Katharina Müllen en haar co-trainer Naomi Ketelaar.