Veel advocaten worden op enig moment gevraagd om patroon te worden. Dat lijkt een logische stap in je loopbaan. Toch onderschatten veel advocaten wat het patroonschap daadwerkelijk inhoudt. Je bent namelijk niet alleen verantwoordelijk voor begeleiding, maar ook voor de professionele ontwikkeling van een toekomstige beroepsgenoot.
Wanneer een stagiair structureel onvoldoende begeleiding krijgt, kan dat gevolgen hebben voor diens ontwikkeling én voor de kwaliteit van de beroepsuitoefening. Daarom legt de NOvA een groot deel van de verantwoordelijkheid voor de begeleiding expliciet bij de patroon.
Aan het patroonschap zijn daarom een aantal formele verantwoordelijkheden verbonden. Die zijn vastgelegd in de Verordening op de advocatuur (Voda) en maken deel uit van het stelsel waarmee de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) de kwaliteit van de beroepsopleiding waarborgt.
Waar ben je als patroon precies verantwoordelijk voor? Waarom stelt de NOvA daar eisen aan? En wat betekent dat voor jouw rol in de dagelijkse praktijk? In dit artikel lees je welke verantwoordelijkheden bij het patroonschap horen en waarom die zo belangrijk zijn voor de ontwikkeling van een advocaat-stagiair.
Tijdens de beroepsopleiding bouwen advocaat-stagiairs aan kennis, vaardigheden en professionele vorming. De dagelijkse praktijk vormt de omgeving waarin die ontwikkeling verder vorm krijgt. Daar voert een stagiair gesprekken met cliënten, werkt aan dossiers en leert omgaan met de verantwoordelijkheden die bij de advocatuur horen.
Binnen dat proces heeft de patroon een centrale rol. De NOvA beschouwt de patroon als de persoon die de verbinding legt tussen de beroepsopleiding en de praktijk. Je begeleidt een stagiair tijdens de eerste jaren van het vak en helpt bij de ontwikkeling naar zelfstandig advocaat.
Die rol is verankerd in de Voda. Van een patroon wordt verwacht dat hij de ontwikkeling van de stagiair op een systematische en structurele manier bewaakt. De verantwoordelijkheid strekt zich uit over de volledige stageperiode.
De begeleiding van een stagiair raakt daarmee aan een groter belang. Iedere advocaat-stagiair ontwikkelt zich tot een toekomstige beroepsgenoot. De kwaliteit van die begeleiding heeft invloed op de kwaliteit van de advocatuur als geheel.
De Voda legt verschillende verantwoordelijkheden bij de patroon neer. Die hebben betrekking op de begeleiding van de stagiair, de voortgang van de beroepsopleiding en de ontwikkeling tijdens de stage.
Een patroon geeft leiding, voorlichting en raad bij de praktijkuitoefening van de stagiair. Je bespreekt dossiers, beantwoordt vragen en helpt de stagiair om ervaring op te doen in de praktijk. Daarbij heb je ook aandacht voor de manier waarop de stagiair optreedt richting cliënten, beroepsgenoten en de rechterlijke macht.
Van een patroon wordt verwacht dat hij de ontwikkeling van de stagiair systematisch volgt. Dat betekent onder meer dat je regelmatig voortgangsgesprekken voert, ontwikkeldoelen bespreekt en tijdig ingrijpt wanneer een stagiair vastloopt op inhoudelijke, organisatorische of professionele vaardigheden. Die begeleiding is een doorlopend onderdeel van het patronaat.
De beroepsopleiding vraagt tijd voor onderwijs, opdrachten en toetsen. Als patroon help je de stagiair om aan die verplichtingen te voldoen en bewaak je de samenhang tussen opleiding en praktijk. Je zorgt er ook voor dat de stagiair voldoende gelegenheid krijgt om praktijkervaring op te doen.
De rol van patroon brengt ook formele verplichtingen met zich mee. Zo lever je input voor evaluatiemomenten en breng je verslag uit aan de raad van de orde over het verloop van de stage. Daarnaast informeer je de orde wanneer een stagiair gedurende langere tijd de praktijk niet uitoefent.
De verantwoordelijkheden van een patroon beperken zich niet tot evaluatiemomenten of verplichtingen uit de beroepsopleiding. Het patronaat krijgt vorm tijdens het dagelijkse werk op kantoor.
Een advocaat-stagiair leert veel door mee te werken in de praktijk. Dat vraagt om tijd voor overleg, vragen en begeleiding. De NOvA verwacht daarom dat een patroon voldoende ruimte creëert voor de ontwikkeling van de stagiair, naast de dagelijkse werkzaamheden.
Feedback helpt een stagiair om inzicht te krijgen in sterke punten en ontwikkelpunten. Dat kan tijdens dossierbesprekingen, naar aanleiding van praktijkopdrachten of na gesprekken met cliënten. Wacht niet te lang met het geven van feedback en verzamel niet eerst meerdere aandachtspunten voordat je het gesprek met de stagiair aangaat. Frequente feedback maakt ontwikkeling zichtbaar en bespreekbaar.
Een belangrijk deel van het vak leer je door te zien, te doen en te ervaren. Als patroon zorg je daarom voor passende werkzaamheden en praktijkervaring. Denk aan het behandelen van dossiers, het bijwonen van besprekingen, cliëntcontact en het meekijken bij zittingen. De Voda schrijft bovendien voor dat een advocaat-stagiair tijdens de stage ten minste drie keer een optreden in rechte in een procedure op tegenspraak bijwoont.
De formele verplichtingen van een patroon zijn relatief eenvoudig te beschrijven. In de praktijk blijkt vooral het begeleiden van een stagiair een uitdaging. Dat vraagt namelijk andere vaardigheden dan het werk van advocaat zelf.
In een eerder interview voor het OSR Kenniscentrum vertelde trainer en coach Marieke Westerhof dat een goede advocaat niet automatisch een goede patroon is. Het vak van advocaat en de rol van patroon vragen namelijk om andere focus. Waar een advocaat vaak gericht is op analyseren, adviseren en oplossingen aandragen, richt een patroon zich op de ontwikkeling van een ander.
Juist ervaren advocaten lopen soms tegen deze omschakeling aan. In de praktijk word je beloond voor snelheid, inhoudelijke scherpte en het direct oplossen van problemen. Een stagiair ontwikkelt zich echter niet door antwoorden te krijgen, maar door zelf te leren analyseren en afwegen.
Een stagiair leert vaak meer van een vraag dan van een oplossing. Door ruimte te geven voor eigen afwegingen en reflectie ontwikkelt een stagiair zelfstandigheid en professioneel oordeel.
Wat voor de ene stagiair werkt, hoeft voor de andere niet effectief te zijn. Goede begeleiding vraagt aandacht voor verschillen in ervaring, persoonlijkheid en leerstijl.
Een stagiair leert van jouw feedback, keuzes en gedrag in de dagelijkse praktijk. De manier waarop je samenwerkt, keuzes maakt en communiceert vormt een belangrijk onderdeel van de begeleiding.
De verplichting om eerst een patroonscursus te volgen, is geen formaliteit. Goed advocaat zijn maakt je nog niet automatisch een goede patroon. Daarom krijg je tijdens een patroonscursus handvatten om advocaat-stagiairs goed te begeleiden en effectieve feedback te geven.
Een advocaat die voor het eerst patroon wordt, moet een goedgekeurde basis patroonscursus volgen. Hetzelfde geldt voor advocaten die langer dan drie jaar geleden een patroonscursus hebben gevolgd. Voor hen geldt de verplichting tot het volgen van een basiscursus van minimaal zes uur.
Advocaten die al als patroon actief zijn en in de afgelopen drie jaar een basis patroonscursus hebben gevolgd, kunnen een opfriscursus volgen van minimaal drie uur.
Met deze verplichting wil de NOvA ervoor zorgen dat patroons beschikken over actuele kennis en vaardigheden om advocaat-stagiairs goed te begeleiden. Daarmee sluit de cursus aan op de verantwoordelijkheden die bij het patronaat horen. Meer informatie vind je in de patroonsbrochure op de website van de NOvA.
Het patroonschap gaat verder dan toezicht houden op dossiers of het beantwoorden van juridische vragen. Als patroon ben je medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van een advocaat-stagiair tot zelfstandig beroepsbeoefenaar. Dat vraagt niet alleen vakinhoudelijke expertise, maar ook aandacht voor begeleiding, feedback en professionele groei.
Meer lezen over je rol als patroon en hoe je je hierop kunt voorbereiden? Lees dan het hele interview met Marieke.
Wil jij als eerste belangrijke informatie ontvangen over de opleidingen en trainingen binnen jouw rechtsgebieden? Schrijf je dan hier in.