Veel advocaten denken dat ervaring automatisch leidt tot goed patroonschap. Volgens trainer en coach Marieke Westerhof ligt dat anders. Haar stelling: “Een goede advocaat is niet automatisch een goede patroon”.
Patroonschap vraagt meer dan juridische expertise. Het vraagt om aandacht, nieuwsgierigheid, zelfreflectie en het vermogen om een ander te helpen groeien. Juist daar zit voor veel advocaten de uitdaging. Het begeleiden van een stagiair betekent namelijk dat je niet alleen verantwoordelijk bent voor dossiers en cliënten, maar ook voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie advocaten.
Volgens trainer en coach Marieke Westerhof, docent van de patrooncursus bij OSR, is dat precies waarom patroonschap een vak apart is. “Het vak van advocaat en de rol van patroon vragen om een fundamenteel andere houding.”
Advocaten worden opgeleid om problemen op te lossen, standpunten te verdedigen en cliënten te adviseren. Dat werk draait vaak om overtuigen, analyseren en het behalen van resultaten.
“Patroonschap vraagt openstaan voor de ontwikkeling van een ander.”
Daar zit volgens Westerhof een belangrijk verschil. Een patroon begeleidt niet alleen het juridische leerproces van een stagiair, maar ondersteunt ook diens professionele ontwikkeling.
Dat vraagt om een verschuiving van expert naar begeleider. Voor veel advocaten is dat minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Waar de advocaat gewend is oplossingen aan te dragen, moet de patroon soms juist ruimte laten voor het leerproces van de stagiair.
Er bestaat volgens Westerhof niet zoiets als de perfecte patroon. Wel ziet zij een aantal eigenschappen terug bij advocaten die succesvol stagiairs begeleiden.
Een goede patroon is oprecht geïnteresseerd hoe een stagiair zich ontwikkelt. Juridisch, maar ook als professional.
Wie vooral bezig is met het overdragen van de eigen kennis en werkwijze, loopt het risico voorbij te gaan aan de kwaliteiten en behoeften van de stagiair. Sterke patroons begrijpen dat een goede advocaat niet per se een kopie van henzelf hoeft te worden. Ze staan open voor verschillende persoonlijkheden, werkstijlen en perspectieven.
Een patroon beïnvloedt hoe jonge advocaten het vak leren kennen.
Westerhof noemt het belangrijk dat patroons zich verantwoordelijk voelen voor het integreren van junioren binnen kantoor en binnen de advocatuur als geheel. Dat vraagt tijd, aandacht en betrokkenheid.
Begeleiding begint met luisteren, luisteren om te begrijpen wat een stagiair nodig heeft. Dat lijkt eenvoudig, maar blijkt in de praktijk vaak een van de lastigste vaardigheden.
Veel uitdagingen ontstaan door vanzelfsprekende aannames:
Een veelvoorkomende valkuil is denken: zo heb ik het geleerd, dus zo hoort het.
Maar de praktijk verandert. De beroepsopleiding verandert. Nieuwe generaties kijken anders naar werk en ontwikkeling. Lees hierover meer in ons artikel over “partners, patroons en generatie Z in de advocatuur” in het Kenniscentrum.
Wat jou als advocaat heeft gewerkt, hoeft niet automatisch de beste aanpak te zijn voor een stagiair van nu.
Sommige patroons hebben een sterk beeld hoe een goede advocaat zich hoort te gedragen. Wanneer een stagiair daarvan afwijkt, kan frictie ontstaan omdat verwachtingen niet expliciet worden uitgesproken.
Patroonschap kost tijd. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar wordt in de dagelijkse praktijk regelmatig onderschat. Begeleiden vraagt aandacht, gesprekken en reflectie en dat kan niet snel tussen twee dossiers door.
Veel patroons vinden het lastig om kritische feedback te geven. Daardoor worden irritaties soms opgestapeld totdat een gesprek onnodig beladen wordt. Juist dan ontstaat het risico dat feedback door de stagiair als verwijt wordt ervaren.
Dat klinkt als een tegenstelling met de vorige valkuil, maar wie direct ingrijpt, lost misschien een probleem op, maar ontneemt ook een leermoment. Een stagiair ontwikkelt zich juist door fouten te analyseren, keuzes te onderzoeken en zelf tot inzichten te komen. De timing van de feedback luistert dus nauw.
Generatieverschillen zijn een veelbesproken onderwerp binnen de advocatuur. Jonge advocaten hebben soms andere verwachtingen over werk-privébalans, autonomie en communicatie dan eerdere generaties.
Toch waarschuwt Westerhof voor te snelle conclusies. ”Niet iedere jonge advocaat denkt hetzelfde en niet iedere ervaren advocaat heeft dezelfde opvattingen.” Volgens haar gaat het uiteindelijk minder over leeftijd en meer over persoonlijkheid, waarden en werkcultuur.
Problemen ontstaan vaak wanneer aannames niet worden uitgesproken. Een open gesprek over verwachtingen voorkomt veel frustratie. Waarom vindt iemand iets belangrijk? Welke behoefte zit daarachter? Zodra dat duidelijk wordt, blijken verschillen vaak minder groot dan gedacht.
Veel patroons denken bij feedback aan formele gesprekken of beoordelingsmomenten.
Volgens Westerhof is dat een te beperkte kijk, feedback gebeurt continue. Een patroon geeft feedback door wat hij zegt, wat hij doet en welk voorbeeld hij geeft. Het gaat om corrigeren, maar ook om richting geven, spiegelen en stimuleren.
Wanneer feedback uitsluitend wordt gebruikt om prestaties te beoordelen, ontstaat al snel spanning. Wanneer feedback gericht is op ontwikkeling, ontstaat ruimte voor leren.
Veel jonge juridische professionals horen vooral wat beter kan. Toch blijkt positieve feedback minstens zo belangrijk. Niet in algemene termen, maar concreet en specifiek.
Een opmerking als “de opbouw van je argumentatie in dat processtuk was sterk” geeft richting. De stagiair weet wat werkt en kan daarop voortbouwen.
Effectieve feedback gaat over gedrag en gevolgen.
Niet: “Je bent slordig.”
Wel: “Je leverde het stuk later aan dan afgesproken, waardoor ik minder tijd had om het voor de cliënt te beoordelen.”
Door het oordeel weg te laten ontstaat ruimte voor een volwassen gesprek.
Veel patroons herkennen het moment waarop een stagiair een taak anders aanpakt dan zij zelf zouden doen. Dat kan gaan over schrijven, communiceren, plannen of samenwerken.
De eerste reflex is dan vaak corrigeren. Toch is het niet altijd nodig om een andere aanpak direct te vervangen door de eigen methode. Zolang de kwaliteit gewaarborgd blijft, kunnen verschillende werkwijzen naast elkaar bestaan.
Op dat moment verschuift de rol van patroon naar coach. In plaats van antwoorden te geven, helpt het om vragen te stellen:
Die vragen stimuleren eigenaarschap en vergroten het leervermogen van de stagiair.
Goed patroonschap heeft effect op veel meer dan alleen de ontwikkeling van een stagiair.
Stagiairs die zich gezien en ondersteund voelen, ontwikkelen sneller vertrouwen in hun eigen kunnen.
Een sterke begeleidingsrelatie zorgt voor open communicatie en minder misverstanden.
Wanneer verwachtingen helder zijn en feedback vanzelfsprekend wordt, ontstaat een prettiger werkklimaat voor zowel patroon als stagiair.
Een goede patroon is geen garantie dat een stagiair bij kantoor blijft. Wel draagt een positieve begeleidingsrelatie bij aan betrokkenheid en loyaliteit.
Iedere stagiair die goed wordt begeleid, vormt uiteindelijk een sterkere professional. Daarmee heeft goed patroonschap impact op de kwaliteit van de advocatuur als geheel.
Een goede patrooncursus draait niet om het aanleren van één juiste methode. Volgens Westerhof helpt de OSR cursus vooral om bewuster te kijken naar de eigen rol als begeleider.
Deelnemers reflecteren op hun begeleidingsstijl, onderzoeken hoe hun gedrag overkomt op stagiairs en krijgen praktische handvatten voor coaching en feedback. Daarnaast leren zij van ervaringen van andere patroons. Juist die uitwisseling zorgt vaak voor nieuwe inzichten. Zelfs advocaten die al jarenlang stagiairs begeleiden en de opfris patroonscursus doen, ontdekken regelmatig nieuwe perspectieven of praktische ideeën die zij direct kunnen toepassen.
De beste patroons zijn niet per definitie de meest ervaren advocaten. Het zijn de advocaten die bereid zijn om naast hun juridische expertise ook aandacht te besteden aan begeleiding.
Dat begint met nieuwsgierigheid en met luisteren. Met het besef dat een stagiair geen kopie van de patroon hoeft te worden om uit te groeien tot een goede advocaat.
Wie bewust investeert in begeleiding, helpt niet alleen een stagiair vooruit. Die investering versterkt de samenwerking binnen kantoor, vergroot het werkplezier en draagt bij aan de toekomst van de advocatuur.
Patroonschap is daarmee geen extra taak naast het werk. Het is een essentieel onderdeel van het vak.
Wil jij als eerste belangrijke informatie ontvangen over de opleidingen en trainingen binnen jouw rechtsgebieden? Schrijf je dan hier in.